Service
Mijn account
Nieuwsbrief

Bouke's Vistips


Het op diepte uitloden.
Het met de vaste stok is voor mij nog altijd de mooiste manier van vissen.
Naast het feit dat het heel direct is, vind ik het leuk om met het aasje te spelen en hierdoor de bekende aanbeetjes uit te lokken.
Naast een goede hengel, tuig , lijn en een juiste onderlijn, is het correct uitpeilen van je tuigje belangrijk.
Zo belangrijk, dat ik bijna het belangrijkst zou willen zeggen.
Met het juist uitpeilen bepaal je namelijk niet alleen de diepte waarop je ga vissen, ook ga je het verloop van de bodem na.
Van belang is altijd eerst de diepte te bepalen, dit doe je het best met lood dat je aan je haak bevestigd.
Mijn voorkeur gaat nog altijd uit maar de ouderwetse peilloodjes met kurk c.q. foam aan de onderzijde.
Wanneer je je haak correct bevestigd, is dit type lood nog altijd het zuiverst wat betreft het precies uitpeilen van je tuig met een staande haak.
De pijlloodjes van Cormoran, zijn hiervoor perfect (hebben daarnaast een camo kleur!!).
Het liefst begin ik met een zo’n licht mogelijk pijllood (5 gram).
Hiermee ga ik voorzichtig de plek waar ik denk te gaan vissen “af tasten”, zoekend naar een richel of een mooi vlak stukje waar ik denk goed kunnen gaan vissen.
Doe dit goed en neem hier de tijd voor.
Ook mij is het in het verleden namelijk wel eens overkomen, dat ik netjes aangevoerd had en dat ik iets later het rustig pikkelend spoor (dat voer soms aan de oppervlakte afgeeft) langzaam naar links, rechts of het midden zag verdwijnen…..
Dit is funest! Een goede voerstek is immers de basis voor een geslaagde vissessie.
Blijkt de stroming te sterk, dan ga ik over naar een zwaarder lood, 10, 15 en indien nodig zelfs 20 gram.
Bij het gebruik van zwaarder lood probeer ik tevens een idee te krijgen inzake de samenstelling van de bodem (hiermee bedoel ik of deze hard of zacht is).
Is de bodem zacht, dan zal je merken dat het zwaarder lood langzaam wegzakt in de blubber (de dobber staat normaal en verdwijnt iets later rustig onder water).
Dit is voor mij het signaal om met kleine niet al te hard aangeknepen voerballetjes van start te gaan.
Dit om te voorkomen dat mijn voerballen wegzakken in het slik.
De eerste fase van het uitloden is feitelijk niet meer dan het idee krijgen van de bodem en zijn verloop, dit alles voor het vinden van de ideale visplek.

Eenmaal een plek gevonden (dit kan voor de top zijn; onder de top en het zal niet de eerste keer zijn dat ik mijn hengel heb moeten inkorten ……….. en dit alles voor de plek die ik met het uitloden heb gevonden) begin ik met het uitpeilen van mijn tuig (of tuigen indien ik meerdere toppen klaar leg).
Bij meerdere toppen peil ik altijd als eerste een tuig uit met een staande haak (dwz dat de haak strak tegen de bodem staat).
Zoals eerder vermeldt, zijn de hierboven afgebeelde type peillood met foam aan de onderzijde (m.i.) hier het best voor.
Aan de waterkant wordt ik regelmatig aangesproken en hoor ik dat vissers hun tuig uitloden met de zgn. knijpertjes (het alom bekende knijp-peillood) en dan vertellen ze regelmatig dat ze dit soort peillood verliezen.
Omdat ik altijd met extra dunne haakjes vis, dit vanwege de verse de vase en het standaard vrijwel altijd vissen met pinkies, ben ik gestopt met het uitpeilen op de haak met knijplood.
Op een gegeven moment lag er meer lood in het water dan in mijn koffer.
Dit alles heeft niets te maken met kwaliteit van het peillood, maar met de obstakeltjes en andere oneffenheden die je onder water tegenkomt.
Daarnaast sluit een knijplood nooit voor de volle 100% en verlies je ze dus eerder.
Dit soort knijplood is ideaal voor het uitloden op het lood; wanneer je met een lange onderlijn op de grond wilt gaan vissen.
Voor het uitpeilen op de haak gebruik ik dit type lood nooit meer.
Ten eerste omdat een peillood met kurk of foam aan de onderzijde zuiverder uitlood (dit alleen al vanwege de stand van de haak!) en ten tweede omdat knijpertjes de haakpunt kunnen benadelen.
Tja en wanneer je hierdoor net de winnende vis verspeelt of mist, dan laat je het een volgende keer wel.
Als derde en tevens laatste punt, omdat ik vind dat lood niet op de bodem van het water maar in je koffer thuis hoort.
Opmerking:


Heb je eenmaal de diepte van je tuig bepaald (b.v. met uitloden op de staande haak), markeer dan deze diepte.
Zelf gebruik ik hiervoor kleine elastiekjes.
Deze verschuif ik zo hoog of laag, dat deze gelijk aan de bovenzijde van de antenne van de dobber staat.
Wanneer je tijdens het vissen met je de dobber gaat schuiven, zwaarder op de grond of juist een stukje boven de grond, dan kan je altijd weer snel terug naar je uitgangspositie………

Succes
Uw reviewer

Bouke Sinnige