Service
Mijn account
Nieuwsbrief

Het maken van tuigen


Het maken van tuigen

In de winter en niet te vergeten regenachtige dagen, mag ik mij graag terugtrekken op mijn “viskamer”. Het feit dat het weer te slecht is om buiten te gaan vissen, neemt niet weg dat ik dan toch lekker met mijn hobby bezig kan zijn. Zulke dagen ben ik graag in de weer met het maken van onderlijnen en niet te vergeten het vervaardigen van tuigen.

Afhankelijk van water en niet te vergeten type visserij, heb ik tuigen met een lengte van resp. 2, 3,
4 en zelfs sommige met een lengte van 5 hengeldelen in mijn tuigenbox. Alles klaar en perfect in orde om direct te worden ingezet. De vraag of al deze tuigen direct goed inzetbaar zijn, moet ik helaas met een nee beantwoorden. Afhankelijk van de situatie aan de waterkant en niet te vergeten de hoeveelheid water onder de top van mijn hengel, kort ik mijn tuigen regelmatig in. Dit om met een in mijn opinie optimale lengte te kunnen gaan vissen.

Om mijn dobber (en dus het aas) zo goed mogelijk aan te kunnen bieden, vis ik het liefst met een opslag van ca. 50 cm (dit is het stuk lijn tussen top en dobber). Op deze wijze heb ik een goede controle over mijn dobber en kan ik mijn aas optimaal aanbieden. Daarnaast vind ik een niet te lange opslag fijn vissen, vooral wanneer ik snel moet reageren. Ook wat betreft de lengte aan de andere zijde van mijn tuig, wil ik graag dat deze ongeveer driekwart meter korter is dan de lengte van de topset (die, waarmee ik vis). Je ziet vissers wel eens op hun kist vis landen, waarbij de topset met een gestrekte arm recht boven desbetreffende visser uittorent, waarbij de te landen vis met de andere hand amper gepakt kan worden.

Zorg dat het geheel (tuig, elastiek, lengte tuig en onderlijn) goed op elkaar afgestemd is. Je moet fijn en delicaat kunnen vissen en tempo indien nodig. Vis die zonder schepnet geland wordt, moet je als visser snel kunnen pakken zonder allerlei halsbrekende capriolen hiervoor uit hoeven te halen. Dat dit alles tot gevolg heeft, dat ik regelmatig de lengte van mijn tuigen aanpas, mag duidelijk zijn. Op een gegeven moment (een paar keer per jaar) moet ook ik er aan geloven……. De lengte van de tuigen waar ik het liefst mee vis, zijn dusdanig dat ik deze niet meer optimaal in kan zetten. Ik zal desbetreffende tuigen opnieuw moeten knopen, om deze daarna opnieuw goed in te kunnen zetten.

Het vervaardigen van een tuig, daar neem ik de tijd voor. Niets, maar dan ook niets is zo vervelend als dat wanneer aan de waterkant de beet registratie alles behalve optimaal is en ik bepaalde zaken van mijn tuig liever anders had gezien. Zo heb ik een aantal punten waar ik bij het maken van een tuig niet van af stap.

Het aantal stukjes rubber waarmee ik mijn dobber op de lijn fixeer, is vier. Dit omdat tijdens het vissen en het in hoogte verschuiven van de dobber, deze wel eens inscheuren. Een extra rubbertje zorgt dat je het gescheurde rubbertje kan verwijderen en onbezorgd door kan vissen.
Het laatste rubbertje laat ik altijd ietsjes langer, waarbij ik de antenne van de dobber niet helemaal tot het eind er door steek. Dit heeft onder meer tot gevolg dat een dobber minder gauw over de kop slaat.
Een tweede punt is het lood waarmee ik mijn tuigen uitlood. Het liefst vis ik met een aantal lichte kogel- of stijlloodjes, die ik zo monteer, dat ik deze kan verschuiven zonder hierbij de hoofdlijn te beschadigen. Ik nijp de loodjes op de lijn vast en schuif deze daarna direct iets omhoog naar een “schoon” stukje lijn wat van het plaatsen van het lood niets heeft meegekregen. Het laatste stukje lijn waar ik de loodjes heb bevestigd, knip ik af.
Zodra ik de dobber goed heb uitgelood (bij dobbers tot ca. 1,25 gram werk ik het liefst met kogellood no 8 t/m 13), knoop ik met een loupetyer een lusje t.b.v. de montage van een onderlijn.
Na dit alles te hebben gedaan, hang ik het geheel nogmaals in mijn “afloodbuis”, niets is zo vervelend als aan de waterkant blijkt dat de dobber net even iets te veel lood heeft. Houd rekening met je aas…….. lichte, gevoelige dobbertjes zakken veelal met een beaasde haak iets dieper dan tijdens het thuis secuur uitloden van je tuig.
Noot: zorg dat je altijd wat vaseline bij je hebt! Een antenne met daaraan iets vaseline, zakt immers minder gauw weg (ideaal tijdens het vissen met wat zwaarder aas). De antenne plakt hierdoor aan het water oppervlak, waardoor hij minder diep gaat staan.
Met de haak achter het laatste deel van de te gebruiken topset, bepaal ik de lengte van het te maken tuig.
Zodra de lengte is bepaald, knoop ik aan het andere uiteinde de lus ter bevestiging van het tuig aan mijn topset.

Hier wil ik nog wat over kwijt. In het verleden bevestigde ik mijn tuigen namelijk m.b.v. een hard kunststof connector. Dit is een goede, bovenal gemakkelijke wijze van bevestigen. Na enige tijd met dergelijke connectoren te hebben gevist, wil het kunststof ringetje waarmee je je tuig “zeker” wel eens wat makkelijker verschuiven. Het is meerdere keren voorgekomen, dat het lusje van mijn tuig uit de connector viel tijdens het ophalen van mijn hengel. Niets is zo vervelend, als het dan langzaam onder water zien verdwijnen van het laatste stukje tuig, door de gehaakte vis die alles rustig meeneemt. Daarnaast was ik de laatste tijd trouwens steeds minder gecharmeerd van de directe bevestiging van mijn (delicate) hoofdlijn aan het hard (veelal hoekig) kunststof van de connector……  Dat dit lijnbreuk tot gevolg kan hebben, spreekt voor zich (ik knoopte zodoende regelmatig een nieuw lusje).


Dit alles heeft er toe geleid, dat ik met al mijn topsets over ben gestapt naar de dacron connectoren van Drennan. De bevestiging van het elastiek aan deze connector is zo simpel, een kind doet de was. Daarnaast sluit de uit zacht kunststof vervaardigde connector de teflon bus aan uiteinde van mijn top perfect af, waardoor er mindergauw water en vuil in mijn top komt, dit komt de levensduur van mijn elastiek en hengel ten goede. Als laatste en zeker zo belangrijk, staat de wijze van bevestiging van de hoofdlijn aan de dacron lus, mij vele malen beter aan. Ten eerste geen scherpe randen en ten tweede, door de lus bevestiging trekt deze bij het belasting de lus waarmee mijn lijn aan deze connector is bevestigd alleen maar strakker aan. Perfect! Ik zou willen zeggen………een kind doet de was.
De wijze van bevestiging staat uitgebreid op de achterzijde van de Drennan verpakking, waarin wij van TTL ze verkopen. De hiernaast getekende wijze van bevestiging geniet echter mijn voorkeur.

Nog even terug komend op de loodzetting met klein kogel- stijllood. Afhankelijk van de situatie aan de waterkant (denk hierbij aan weersomstandigheden, diepte water, het al dan niet azen van de vis , het zich op half water bevinden van de vis etc. etc.), kan ik met een dergelijke loodzetting variëren.

Wil ik mijn aas snel laag bij de bodem, dan groepeer ik mijn lood zo dicht mogelijk bij de onderlijn. Wil ik juist dat mijn aas zo langzaam en zo natuur getrouw naar beneden dwarrelt, dan dien ik mijn lood uit elkaar te halen en te verdelen over het stuk lijn tussen mijn dobber en de onderlijn. Des te meer lood ik richting mijn dobber plaats, des te minder blijft over voor het stuk lijn richting de onderlijn. Gevolg dat het aas er langer over doet om richting de bodem af te zakken. Ook bij een lichte stroom kan je met je loodzetting spelen (variëren) , waardoor bij het blokken van de dobber, het aas iets van de bodem omhoog komt. Kortom het spelen met je lood en het zoeken naar de meest gunstige positie hiervan, levert regelmatig de winnende vis op. Vis je met 1 groot bulklood, is de wijze om te kunnen variëren een stuk minder. Echt bulklood, gebruik ik veelal pas bij dobbers met een gewicht van 1,5 gram en hoger.

Over lood en loodzetting, kan ik nog heel wat schrijven, maar dat voor een volgende keer.

Ik hoop u hiermee van dienst te zijn geweest, om uw tuigen optima forma te krijgen.

Tot aan de waterkant….o ja, ….. keep your lines tight!
Of te wel strakke lijnen gewenst

Uw TTL-reviewer

Bouke Sinnige