Dobbers/Wagglers

Wanneer er met de vaste hengel wordt gevist, kan de afstand waarover wordt gevist variëren van kort onder de kant, tot zo’n 13 meter.
Wil je met een dobber verder uit de kant vissen., dan dien je gebruik te maken van een bolo- of matchhengel.
Vissend met dit type hengels, worden vaak “zwaardere” , soms gedeeltelijk voorgelode dobbers ingezet.
Dit type dobber laat zich makkelijk over een grotere afstand wegzetten, waarbij soms afstanden van 45 á 50 meter wordt overbrugt.

Het vissen met een dobber is in alle gevallen gelijk.
Je begint met het secuur uitpeilen van de diepte waarop je wilt gaan vissen, waarna je de beaasde haak secuur en gecontroleerd keer op keer over de door jou aangelegde voerplek laat gaan.
Voor een optimale beetregistratie, dien je zo licht mogelijk te vissen.
Door bijvoorbeeld met de top van de hengel wat te spelen of bij stromend water de lijn strak te laten lopen, kan je met het aasje spelen waardoor het voor de vis wat interessanter wordt.
Vaak dat het wat omhoog tikken van een dobber gevolgd wordt met het langzaam wegtrekken door een vis.
Het dobbergedragen vissen, is de meest voorkomende wijze van vissen, waarbij met hulp van de loodzetting (gegroepeerd of juist wat verder uit elkaar), getracht wordt het aas zo natuurlijk getrouw te presenteren.


Sommige vissers kunnen uren bezig zijn met het maken van tuigjes, het juist uitlooden en het knopen van onderlijnen.
Voor vissers die hier geen tijd of zin in hebben, heeft TTL kant en klare tuigjes, waarbij die van Drennan kwalitatief dusdanig zijn, dat er wedstrijden mee zijn gewonnen.